John Martyn: Het Scherp van de Snede

Bert van de Kamp
Oor magazine #5

John Martyn komt niet meer bij van het lachen. Hij slaat zich op de knieën van de pret. Hij is zojuist gekonfronteerd met een uitspraak van zichzelf twee jaar geleden. 'I call my works rather materialized actions of passing by and coincidental meetings in time', deelde hij zijn gesprekspartner van toen onomwonden mee.
"Phew! Heb IK dat gezegd? Ha!"

picture

Werk je nog steeds volgens die definitie?
"Ik weet niet wat het betekent, hahaha. Zeg het nog eens... Fucking hell!
Dat zou ik nu niet meer gezegd hebben. Niet dat er zoveel veranderd is sindsdien, maar ik zou het toch nooit meer zo uitgedrukt hebben. Hahaha!"
John Martyn is een grage lacher. Hij is duidelijk in een opperbeste stemming als ik hem spreek. Dat is wel eens anders geweest.
Tijdens het gesprek van twee jaar terug (een nimmer gepubliceerd interview van Wink van Kempen, waarvan ik hier dankbaar gebruik maak) maakte hij een veel somberder en uitermate cynische indruk. Bitsig, agressief en met een zelfverzekerdheid die aanleunde tegen zelfgenoegzaamheid.
De twee kanten van John Martyn. Een man van uitersten. De 'ups' en 'downs' liggen bij hem erg ver uit elkaar, een tussenweg is er niet.
Martyn is een sterk op zichzelf staand en opererend talent. Zijn laatste plaat, 'One World', is zijn tiende en meest kommersjele 1) tot nu toe, zonder dat hij echt ontoelaatbaar over de schreef gaat. Het is nog altijd duidelijk herkenbaar John Martyn. Een unieke stem, een unieke gitaarstijl.

De karrière van deze in Glasgow geboren en aanvankelijk in folk-kringen opererende zanger omspant ruim tien jaar, die wat de feitelijkheden betreft hier onbesproken kan blijven, omdat ik daarvoor dankbaar door kan verwijzen naar OOR's encyclopedie 2). Liever regelrecht naar het interview. John praat veel en vlug en maakt daarbij veel bewegingen. Hij zit voortdurend met de vingers te knippen, staat soms plotseling op om vervolgens weer haastig te gaan zitten. Een onrustig type. Een prettige gesprekspartner.

"Ja, het nieuwe album is ongetwijfeld het meest kommersjele tot nu toe. Ik heb me deze keer maar eens helemaal in de handen gelegd van een producer, Christopher Blackwell. Dat was een erg bewust genomen beslissing van me. Ik wilde eens een keer helemaal van alle verantwoordelijkheid af. De volgende plaat zal door een andere producer gedaan worden en daarna doe ik het weer eens zelf. Op het moment vind ik het prettig me over te geven aan anderen en te zien wat er van komt. Dat is een artiestieke oefening voor me. Als blijkt dat ik daardoor ineens veel meer platen verkoop, wel, dat is dan geweldig, fantastisch, nietwaar?"

John's goed recht. Mede omdat hij juist daarvóór het fanatiek-kompromisloze Live At Leeds het licht heeft doen zien. Een plaat, die louter voor de eigen parochie gemaakt is en ook uitsluitend via Martyn zelf betrokken kan worden. Zijn platenmaatschappij heeft daar niets mee te maken gehad. "Dat kan ik altijd doen. Ik bedoel: als ik nog zo'n plaat wil uitbrengen, kan ik mijn gang gaan. Iedereen zou gelukkig zijn." 3)
"Prima plaat, die live-plaat... he plays his heart out, all over the place. I love him, beautiful geezer." 4)

JAMAICA

"Wanneer de vingers het gedaan hebben en de stem het gedaan heeft en de geest het gedaan heeft, that's it. Ik bedoel: ze hebben bij het nieuwe album van bepaalde nummers vier verschillende mixes gemaakt en ik heb naar geen ervan willen luisteren. I just did it and moved away... En ik ben er bepaald niet ongelukkig mee dat ik het zo gedaan heb, integendeel, ik ben er van overtuigd dat het echt geen toeval is dat de plaat zo goed verkoopt."
Martyn wordt op One World bijgestaan door een keur van sessiemuzikanten, waarvan met name Steve Winwood om zijn belangrijke bijdragen genoemd dient te worden.
"Steve, I like him very much. Hij is een heel ander soort mens dan ik en misschien is dat juist wel de reden dat ik hem zo aardig vind. Hij is erg rustig, in zichzelf gekeerd, he's lovely. Muzikaal kunnen we het erg goed met elkaar vinden. We kommuniceren uitstekend zonder voortdurend met elkaar te moeten praten. Ik haat het wanneer je voortdurend aan muzikanten allerlei dingen moet uitleggen. Het is net als tussen Danny Thompson en mij, you just get along and play."

Bassist Danny Thompson, John's trouwe begeleider op platen en op het toneel. De laatste berichten waren, dat hij met zijn gezondheid tobde, de allerlaatste willen dat het alweer een stuk beter met hem gaat. "Hij is weer in goede konditie, is enorm afgevallen, gestopt met drinken - want dat deed het hem, plus te hard werken natuurlijk - en ik zie hem weer snel in aktie komen."
Deden de dope en het harde werken Thompson in het ziekenhuis belanden, John zelf vertrok voor de zo broodnodige ontspanning naar Jamaica, waar hij een uitstekende tijd had en als gitarist bijdroeg in een aantal reggae-albums (Rico, Burning Spear, Max Romeo).
"Een buitengewoon plezierige ervaring. Ik speelde hoofdzakelijk rhythm-guitar, maar de eenvoudigste dingen zijn het moeilijkste precies goed te krijgen, weet je dat?"
Ik heb dat meer gehoord.
"Het is waar. Daarom heb je het meer gehoord."

ASTRONAUT

Over Jamaica: "Dat is het paradijs, man. Het enige dat daar de boel opfokt is de regering. Zoals overal."
Hetgeen ons brengt op de titel van John's plaat: One World.
"Simpele titel nietwaar? Voor de hand liggend. Het is een zo voor de hand liggende titel, dat niemand het in de gaten heeft. Ik ben voor de opheffing van alle kunstmatige barrières. Waarom moeten er grenzen zijn, waarom paspoorten en overal mannetjes om ze te kontroleren? Ik haat nationalisme, het richt alleen maar kwaad aan. Het zou goed zijn voor de wereld wanneer er een invasie van een andere planeet kwam. That woulds sort us out! De Amerikanen en de Chinezen en de russen zouden onmiddellijk de koppen bij ekaar steken om het nieuwe gevaar het hoofd te bieden."
Martyn klinkt haast als een overjarige hippie, een betiteling die hem vanuit hem antipathieke kringen nogal eens wordt toegeworpen.
"Noem het hippie als je wilt, ik noem het niet hippie, ik noem het pacifisme, ik noem het humanisme. Ik ben geen overjarige hippie. Ik gebruik dope, okay, daar maak ik geen geheim van, maar punks gebruiken ook dope, dus dat doet 't 'm niet."

Hoe zat dat tien jaar geleden, John? Ik weet dat je een grote fan was van de Incredible String Band...
"Van hun eerste twee of drie albums, later niet meer. Er was erg veel idealisme in die tijd en dat was prachtig. Er werd druk gepraat over dat er een wereldregering moest komen en dat soort zaken. Plotseling was alles weg en sprak niemand er meer over, zeer triest, een erg slechte grap. Het is mijn wens om nog eens de ruimte in te gaan en de wereld te bekijken zoals een astronaut haar ziet. Dat lijkt me prachtig."
"Ik zeg je, jongen, wanneer er een politicus komt die serieus over een wereldregering denkt, dan heeft hij mijn stem. Nu heeft het geen zin om naar een stembus te gaan, het is kiezen tussen twee kwaaien."
'Prince Charming', een andere betiteling die John nogal eens te beurt valt.
"Oh, daar heb ik zo'n hekel aan. Ze verwachten dat je het toneel opkomt als Donovan en de zoete kleine hippie speelt: peace man, I love you, twinkle, twinkle. Dat ben ik helemaal niet, man. Danny en ik zijn op een gegeven moment gaan spugen naar het publiek om van dat image af te komen. Als echte punks. Weet je dat we vrij veel punks op onze konserten krijgen? Had je niet gedacht, hè?"
"Ik geef toe: er is een tijd geweest dat ik dacht dat iedereen die dope rookte, een geweldige kerel was. Toen ontdekte ik dat er mensen waren die een joint opstaken voordat ze iemand gingen vermoorden. Dat heeft mijn kijk op de zaak nogal drastisch gewijzigd, moet ik zeggen."

picture
NICK DRAKE

Heel belangrijk zijn voor John de teksten van zijn songs. Het lijkt erop alsof hij de woorden vooral kiest op hun klankwaarde.
"Dat is ook zo, maar tegelijk ook voor de betekenislagen. Ik hou van meerdere betekenissen voor een woord. Geen dubbelzinnigheid, maar multi-purpose. Zoals One World. Dat is tegelijk de binnenwereld, die van jou en die van mij."
Mogen we toch even op de teksten van een aantal songs van de nieuwe plaat ingaan? Neem Smiling Stranger bijvoorbeeld. Daar zit een flinke portie paranoia in, lijkt me.
"Die song gaat over mensen die bij stations en op vliegvelden naar je toekomen en je Hare Krishna-boekjes aanbieden, of over jongens die op de hoek van de straat staan met een 'deal of smack and a woman upstairs' en een stiletto achter de hand voor het geval je te heavy gaat doen. Ja, het is een erg paranoïde song."
Certain Surprise.
"Dat gaat over mijn vrouw, Beverley, nogal persoonlijk dus."
John en Beverley Martyn, in de jaren '69-'70 waren ze een muzikaal duo dat samen platen maakte en samen optrad. Tot Beverley tot het moederschap werd geroepen en uit de schijnwerpers verdween. Jammer toch, die vrouw heeft een prima stem...
"Ik ben het volledig met je eens. Het is zonde, erg zonde, maar ze gaat weer beginnen, dat staat vast. De (drie - BvdK) kinderen worden snel groter, de jongste is drie en ik weet zeker dat ze binnen een paar jaar weer op de planken staat."
Wat is er gebeurd met die soloplaat die ze aan het maken was?
"Die is voor de helft klaar, maar nooit afgemaakt. De maatschappij (DJM - BvdK) had geen geld meer (onzin - BvdK), tenminste, dat werd ons gezegd. De opnamen klonken erg goed."

In Certain Surprise geeft John een treffende omschrijving van zichzelf:

'Silence has never been my thing
I'm one ot those
I love to shout and sing about my love...

"Zo is het ook. Ik ben berucht om mijn luidruchtigheid."
John's tegenpool, vriend en collega, stierf enige jaren terug aan een overdosis antidepressiva. Zijn naam: Nick Drake (zie Oor 24/25, 1976) en, zoals zo vaak, eerst na zijn dood beginnen zijn platen enige aandacht te trekken en begint de legendevorming.
"Daar kan ik me enorm over opwinden, want ik weet zeker dat, wanneer hij die erkenning eerder gekregen zou hebben, hij vermoedelijk nog hier zou zijn. Het gebrek aan erkenning, het gebrek aan appreciatie en liefde van de kant van het publiek, het gebrek aan respekt, dat heeft evenzeer tot zijn dood geleid als al dat andere. Je kunt het een overdosis drugs noemen, of zelfmoord, een voortschrijdende depressie, wat het allemaal was en het was verdomd pijnlijk het van nabij mee te maken."
"We waren heel verschillend, maar tegelijk erg gelijksoortig. Hij was mijn beste vriend. We woonden in dezelfde straat. Hij at vaak bij ons, kwam vaak langs. We hadden een soort van wederzijdse waardering voor elkaars werk. Het is een ontzettend trieste geschiedenis."
De vraag 'ongeluk of zelfmoord', door een aantal artikelenschrijvers gesteld en op eigen wijze uitgewerkt, doet John Martyn trillen van ingehouden woede. De naam van Nick Kent valt. John heeft geweigerd deze bij de voorbereiding van diens artikel te woord te staan.
"Het is altijd dezelfde vraag die ze stellen, en ik weiger daar een uitspraak over te doen. Ik weiger een herinnering te reduceren tot een anekdote. Ik wil het laten rusten, ik draag het in mijn hart, het is goed zo. Ik denk... wel, wat ik ervan denk doet er geen fuck toe en wat Nick Kent ervan denkt, nog minder. Wat hij doet is erg aanmatigend en getuigt van zeer slechte smaak, het is een geniepige, luizige fucker. De man is dood en of het een ongeluk was of zelfmoord, is louter en alleen een kwestie tussen Nick Drake en diens God. Daar heeft niemand iets mee te maken."
Daarmee is het laatste woord gezegd, wat mij betreft.

BIG MUFF

Terug naar luchtige oorden. Big Muff, een van de geestigste Martyn songs die ik ken. Sfeervol, funky en met een tekst vol seksuele jaloezie-sentimenten. 'It saps my energy most caterempously', zingt Martyn op een gegeven moment. Caterempously? Het woordenboek brengt ook al geen raad.
"Hahaha. Weet je, er is een standing joke op Jamaica, waarbij je om bij je buurman indruk te maken, zelf dure woorden bedenkt. Negentig procent van de bevolking is analfabeet, maar om dat te verbergen verzinnen ze zelf de moeilijke woorden. 'Hoe gaat het met je vandaag?' 'Zeer contempereus, dank je.' Dat soort dingen."
Dat John na al die jaren eindelijk een beetje aan wat kommersjeel sukses mag proeven is hem gegund, al kunnen we wel konstateren dat John er wat soepeler over is gaan denken in de loop van de laatste twee jaar. Eerst een paar uitspraken het het interview van Van Kempen:
"Sukses interesseert me niet. Ik speel liever niet dan dat ik moet spelen wat de mensen graag willen horen. Fuck that. Het is nog te vergeven wanneer je anderen verveelt, het is onvergeeflijk wanneer je jezelf verveelt."
"Wanneer ik te horen zou krijgen dat ik nooit meer een plaat zou mogen maken, zou me dat nauwelijks iets maken. De muziekindustrie is toch een grote grap. Ik voel niet bepaald de roeping om voor mensen te spelen, daarvoor geloof ik niet genoeg in mezelf, daarvoor ben ik net niet heavy genoeg. Niemand is dat. Nou, misschien Charlie Parker of John Coltrane..."
"Het publiek betaalt om me voor mezelf te zien spelen. Dat is het. Ik speel nooit louter voor het pebliek. Nooit. Zou ik niet kunnen. Weiger ik."

Twee jaar later is het: "Ik kan niet zeggen dat financieel sukses me volledig koud laat. Niet met mijn drie kinderen, mijn vrouw en mijn huis. Daar liggen toch wel verantwoordelijkheden."
"Natuurlijk vind ik het prachtig om voor een publiek te spelen. Dat is de reden dat ik ermee begonnen ben. Ik luisterde naar Robert Johnson en Skip James en al die cats, en droomde ervan het land rond te reizen met mijn gitaar en overal te spelen. De hele troubadour-trip. Dat is het soort artiest dat ik ben, nog steeds."
Wat heeft John te zeggen over het vraagstuk van pop als kunst of amusement? Er is een grote groep die zegt, 'It's just fun,' het anti-intellektualistische standpunt.
"Ik ben geen intellektueel, al besef ik dat dat een nogal intellektuele uitspraak is. Okay, het is 'fun', natuurlijk, maar er moet toch iets meer bijkomen. Het hangt er natuurlijk ook vanaf hoe oud je bent. Rockmuziek is een uitstekend expressiemiddel voor jonge mensen, het bepaalt haar eigen standaard, haar eigen niveau's."
Anders gezegd: beschouwt John zichzelf als entertainer of als kunstenaar?
"Ik zit er, geloof ik, ergens tussenin. Ik zou niet graag alleen maar een entertainer willen zijn en me helemaal ter beschikking stellen van het publiek om hun een gezellige avond te geven. Dat kan ik niet. Ik bedoel: ik hou van mijn publiek, in zoverre ze me daartoe de kans geven en in zoverre de stemming van de avond dat toelaat. Maar ik zou nooit een mallotig pak aantrekken en rare sprongen maken om ze aan het lachen te brengen... Clowns doen dat. Het is niet gracieus genoeg voor mij. Het ziet er zo vaak zo goedkoop uit. Het betekent in veel gevallen dat je beneden je kunnen moet werken, beneden je top en ik geloof dat dat het ergste is dat een muzikant maar kan doen. Als je goed kunt spelen, moet je dat ook zo goed mogelijk doen. Het is haast een belediging wanneer je je publiek iets voorschotelt dat beneden je top ligt. Vernederend."

picture

MOTORFIETS

Je hebt wel eens gezegd dat je dolgraag een maand zou willen optreden met een 'real nasty rock-band'. Heb je die hang-up nog steeds?
"Ja, dat heb ik nog steeds in me."
Is dat de gefrustreerde rock 'n roller?
"Yeah, maar dan doe ik weer dingen als Big Muff en dan heb ik er weer een tijdje geen last van."

'Ik heb de geest van Richard Fariña gezien.
Een man in het wit op een witte motorfiets
door de nacht, geluidloos...
Mijn vrouw zag het óók.'

Parker, Coltrane... Luister je veel naar jazz?
"Ja, altijd gedaan. Ik luister naar allerlei verschillende soorten muziek."
Er klinken vrij wat ethnisch-muzikale invloeden door. Afrikaanse...
"Mijn volgende plaat zal de meeste Afrikaanse invloeden bevatten tot dusver." 5)
Latin.
"Dat ook. Daar luister ik ook naar. En Indische muziek. Daar was ik vroeger behoorlijk gek van. Nu draai ik het nog wel, na een goede maaltijd, om me te ontspannen."

Kollega-songschrijvers die Martyn's goedkeuring wegdragen, zijn er niet zoveel. Zelfs Bob Dylan is niet meer wat hij is geweest, volgens John, die in '69 in Woodstock een steenworp van de man verwijderd woonde en hem wel eens sprak in de lokale drankgelegenheid.
"Hij vertelde me dat hij het erg goed vond wat ik deed."
En toen zei jij dat je zijn werk niet zo zag zitten?
"Dat niet, want ik vond hem in die tijd nog uitstekend. Prachtige songs. Daarna kwam er een periode dat hij me erg teleurstelde. Het was net zoiets als neuken zonder klaar te komen, begrijp je. Ik had heel wat van hem verwacht en toen kwam hij met dingen als... Hoe heette die plaat ook alweer..."
Nashville Skyline.
"Precies. Dat was het niet meer. Later heeft hij met songs als Sara en Wedding Song weer wat goed gemaakt, maar het oude vertrouwen is er niet meer. Wel luister ik nog steeds naar mensen als Richard Fariña, waar hij, volgens mij, erg veel van heeft overgenomen. 6) Ken je Richard?"
Of ik die ken. Diens boek 'Been Down So Long It Looks Like Up To Me' blijkt John echter weer niet te kennen. Wat is dat? Er is zelfs een film naar gemaakt.
"Zal ik je eens een heel vreemd verhaal vertellen? Ik heb zijn geest gezien. De geest van Richard Fariña. Ik ben niet bijgelovig, tenminste niet fanatiek, maar op een avond zag ik hem: een man in het wit op een witte motorfiets door de nacht, geluidloos. 7) Mijn vrouw zag het ook. We begrepen er niets van. Very fucking strange. Ik weet niet waar dat vandaan kwam. Er was wat prima weed aanwezig, dus je weet het nooit (lacht)."

Zullen we er nog maar eentje opsteken, John? Het interview eindigt in een uitstekende relaxte sfeer. John nodigt me uit eens langs te wippen als ik toevallig in de buurt ben. Kan ik meteen zien hoe het met Bev en de kids gaat. Daar hou ik je aan, man. Tijdens de nazit nog twee aardige uitspraken:
"Ik ben meer geïnteresseerd in het emotionele effect van klanken dan in woorden als zodanig. Ik beschouw me niet als een schrijver. Later misschien, als ik te oud ben om rond te rennen en overal te spelen, misschien dat ik er dan eens voor ga zitten en iets ga opschrijven. Dat zal echter weer heel iets anders zijn."
"Ik ben een beetje schizofreen, ik weet het. Het is het één of het ander, blijdschap of verdriet. Voor mij is dat de enige, de natuurlijke wijze van bestaan. Ik voel me soms zo geweldig, dat de hele wereld van mij is, zonder wanklank. Een paar uur later kan ik plotseling enorm in de put zitten en alles ontzettend shitty vinden. Ik maak van die gevoelens geen geheim, ik ga ze niet verbergen, ik ga niet staan liegen."


muffnoten:
1) De zogeheten alternatieve of progressieve spelling is gehandhaafd als zijnde een typisch overblijfsel van de jaren zeventig.
2) In 1978 begon Oor met de publicatie van een tweejaarlijkse encyclopedie: Oor's Pop Encyclopedie. De twaalfde editie verscheen in 2000 maar alleen de eerste edities hadden goede artikelen over John Martyn.
3) Philentropy zou het volgende gelijksoortige project worden, in 1983.
4) Vermoedelijk heeft John het hier over Danny Thompson maar deze informatie is kennelijk gesneuveld tijdens het redigeren.
5) Grace and danger is bepaald anders uitgevallen dan dit voornemen.
6) Dylan speelde zelfs met Fariña samen op diens onbekende Britse LP Dick Fariña and Eric Von Schmidt (1967). Dylan speelde wat mondharmonica en deed wat achtergrondzang onder het pseudoniem Blind Boy Grunt.
7) Fariña kwam om in April 1966 bij een motorongeluk in Carmel, California, net nadat zijn roman was gepubliceerd.


muffnotes:
1) In 1978 Oor started publishing a biannual pop encyclopaedia Oor's Pop Encyclopedie. The 12th edition was in 2000 but only the earlier issues had good JM entries.
2) Philentropy would be the next similar project in 1983.
3) John is probably talking about Danny Thompson here but this must have disappeared in the editing process.
4) Grace and danger turned out quite a bit different from this plan.
5) Dylan did actually play with Fariña on the little-known British LP Dick Fariña and Eric Von Schmidt (1967). Dylan did some harmonica and backing vocals credited as Blind Boy Grunt.
6) Fariña was killed in a motorcycle accident April 1966 in Carmel, California, just after publication of his novel.